CUTTING

Cutting betekent het afscheiden van een rund uit de kudde en deze afgescheiden houden.  In het echte werk van de cowboy is dit noodzakelijk wanneer de dieren apart behandeld moeten worden, bijvoorbeeld voor het brandmerken of het toedienen van medicijnen. Mits goed gedaan is het een heel spectaculair onderdeel. De paarden moeten een enorme hoeveelheid cowsense (gevoel voor vee) hebben. Ze moeten veelal op eigen initiatief hun werk doen. De paarden moeten slimmer en sneller zijn dan het vee, en dus ook lichamelijk heel wat in huis hebben.
In de arena wordt een kleine kudde vee losgelaten, die door één combinatie van ruiter en paard wordt gesetteld (The herd is settled  =  de kudde staat rustig bij elkaar). Paarden met ruiters lopen ook in de arena en iedereen krijgt de tijd om aan elkaar te wennen. Dan pas komt de ruiter met zijn cuttingpaard om het wedstrijdelement uit te gaan voeren. Hij rijdt de kudde in en zoekt, zonder de andere koeien/stieren onrustig te maken, een koe/stier uit. Hij scheidt deze van de groep, en als andere dieren meelopen, dan zijn daar de “helpers”, om de rest van de kudde bij elkaar te houden en eventueel dieren terug te drijven.
Heeft de deelnemende combinatie één koe/stier voor zich, dan begint het echte werk van het cuttingpaard. De koe/stier probeert terug te gaan naar de kudde en het cuttingpaard weerhoudt hem daarvan. Zodra de ruiter de teugels neergelegd heeft mag hij deze niet meer oppakken om het paard te corrigeren. Het paard moet de koe/stier gescheiden houden van de kudde! Hij volgt elke beweging en blijft steeds de gang terug naar de kudde blokkeren. Met ogen en oren gericht op het kalf, springt het paard van links naar rechts. De ruiter gaat mee met de bewegingen van het paard en hindert deze zo min mogelijk. Het hangt erg van de acties van de koe/stier af, in welke mate het paard zijn acties kan laten zien. Maar een ruiter mag alleen van koe/stier ruilen als deze stopt of van de combinatie wegdraait.
De cutting combinatie krijgt 2,5 minuut de tijd om hun kunnen te showen, en mag gedurende die tijd hooguit drie koeien/stieren uitzoeken. De combinatie krijgt hulp van vier andere “helpers”: twee Turnbacks en twee Herd Holders, die proberen het werk voor de cutting combinatie zo makkelijk mogelijk te maken, door de kudde niet uiteen te laten vallen.
De jury geeft een beoordeling van de acties van de deelnemende combinatie met een puntenaantal tussen de 60 en 80. Het spreekt voor zich, dat naast de kwaliteiten van paard en ruiter, ook geluk een rol speelt, in de zin van het gedrag van het kalf en het werk van de “helpers”.

Andere disciplines:

}